Ik ben een Europese Korthaar van 7 jaar. Als kitten ben ik uitgekozen door een klein meisje. In het begin knuffelde en speelde ze vaak met mij. Ik mocht (moest) bij haar op bed slapen en als ze tv keek mocht (moest) ik bij haar op schoot. Maar ik had niet altijd zin, wilde soms ook gewoon op mijzelf slapen. En er was iets, daar in het gezin. Er hing veel woede in de lucht, de twee grote mensen daar stonden vaak tegen elkaar te schreeuwen. Ik werd er angstig van. Zo angstig, dat ik op ander plaatsen ging plassen dan de plek met dat grind dat voor mij was bedacht. En zo belandde ik op een dag in een kooi op een plek met veel andere soortgenoten. Ik had er weliswaar de rust van een eigen ruimte met een warm mandje, maar ik voelde mij daar ook onzeker.

Op een dag kwam er iemand bij mijn ruimte staan, glimlachte naar mij. Ik werd er warm van! Ze haalden mij eruit en dezelfde dag liep ik in een huis. Hoe fijn was het om in alle rust in mijn eentje mijn eigen ding te mogen doen. Toch bleef ik alert, en als er andere mensen kwamen dan kon ik niet anders dan mij verstoppen. Maar er hing daar ook een bepaalde sfeer, er was iets op til. Het voelde niet bestendig. Het maakte dat ik maar zelden echt de rust kon vinden lekker in het zonnetje te slapen. Mijzelf likken, veel likken, maakte dat ik mij wat rustiger ging voelen.

Invloeden

Ze zijn onvermijdelijk.

We hebben de directe invloed van ons handelen. Door iets te doen of na te laten hebben wij invloed op hoe de ander zich kan voelen, hoe een dier zich kan voelen. Als wij uit onze slof schieten na een drukke stressvolle dag, tegen bijvoorbeeld onze poes, omdat deze liefdevol zijn nagels in ons dijbeen zet, bezorgen wij deze poes een moment van angst en stress. Maarja, die kent ze ook als ze Willie, de chagrijnige buurkater, op het dak van het schuurtje tegenkomt.

En we hebben indirecte invloeden. De invloed van de sfeer die wij met ons meebrengen, of de sfeer die in of rond een huis kan hangen. Deze invloed is vaak structureler, lastiger waar te nemen, maar vaak wel voelbaar. Denk aan verdriet rond verlies van relatie of dierbare, angst voor dit verlies, boosheid wanneer we ons niet kunnen of mogen uiten. Maar ook een voornemen tot een verhuizing of emigratie is een onuitgesproken sfeer die een gevoel van onbestendigheid met zich mee kan brengen voor een dier.

Dieren zitten in onze (invloed)sfeer. Dat is onvermijdelijk. Proberen die invloed weg te nemen is een heilloze opgave. Zinvoller is het om te onderzoeken welk effect dit heeft op het dier. Op welke manier en plek geeft dat een vorm van energetische slijtage?

In mijn voorbeeld zien we een structurele sfeer van woede in combinatie met het ‘moeten’ van het kind in het gezin en het uit huis plaatsen in een asiel. Dit is waarschijnlijk vooraf gegaan met een vorm van afwijzing van Sheila als gevolg van het in het huis plassen. Dit kan ‘slijtage’ gegeven hebben van het basisvertrouwen in de kat zelf. Het gevolg is intrinsieke angstigheid en nog meer gespitst zijn op de omgeving. En deze ‘slijtage’ kan aan de basis liggen van gedrag en lichamelijke klachten. Zoals huidklachten.

En hoewel een dier ook ‘gewoon’ ziek kan worden, bijvoorbeeld als gevolg van een infectie, is het mijn ervaring dat het in bepaalde gevallen heilzaam kan zijn te onderzoeken of er sprake is van ‘slijtage’. En deze slijtage is wel degelijk weg te nemen. Het vraagt ‘slechts’ geduld, bewustwording, en een andere manier van kijken en (be)handelen. Het vraagt in dat geval herstel op een andere level.

Facebook
linkedinmail