Het thema raakt mij in het bijzonder omdat ik aan den lijve ondervond hoe ik worstelde met de eigenheid van Thor, mijn eigen hond. En dan met name zijn gerichtheid op zijn omgeving en alles wat daarin beweegt, daarbij vergeten af en toe om te kijken, zijn onrust, zijn verlangen iedereen bij elkaar te houden. Totdat ik eigenlijk gedwongen werd onder ogen te zien dat het bijna stuk voor stuk eigenschappen waren waar ik bij mijzelf mee worstelde. Mijn eigen sensitiviteit en focus op wat beweegt, wat zich voordoet in mijn omgeving. Soms vanuit een reflex meebewegend. De onrust die dat bij mij en mijn omgeving teweeg kan brengen. Toen ik mij dit realiseerde heb ik dit met Thor gedeeld, hoe raar dit ook kan klinken. ‘Vriend! Ik ken dat maar al te goed!’. Ik merkte dat daarna er meer rust ontstond, bij mij, en Thor. Het maakte ook de weg vrij voor een nieuwe onderlinge taal. De taal van (h)erkenning.

Het is al enige tijd geleden dat ik een blog geschreven heb. Druk met werk, druk met Thor, druk met van alles. En dan komt er ineens in een week tijd een paar keer een thema langs dat mij raakt. Het gaat soms in de vorm van een berichtje op Facebook, een gesprekje, een gebeurtenis. En dat wordt het tijd om de virtuele pen te pakken en mijn gedachten en gevoelens over dit onderwerp op het net zo virtuele papier te zetten.

Wij gebruiken dieren voor allerlei doeleinden. Voor de sport, voor ontspanning, gezelschap, therapie, hulp, trekkracht, en de productie van allerhande producten. We noemen dit domesticatie, oftewel, het proces waarmee de mens dieren en planten (door selectie en fokken) zodanig van eigenschappen verandert dat deze dieren en planten steeds meer aangepast raken aan het leven dichtbij en in dienst van de mens. We zijn er behoorlijk handig in. Maar het is niet de enige manier om tegen een dier aan te kijken, getuige de wijze waarop inheemse stammen dieren beschouwen. Met respect en alleen nemend wat ze nodig hebben, na toestemming en door ook iets terug te geven.

Ik schrijf dit niet als protest, want de realiteit is dat we het gewoon zo doen, hier in de Westerse beschaving. Maar het één sluit het andere niet uit. Wat nou als we binnen ons concept van bezit en gebruik ons ook openstellen voor iets anders? Wat nou, als we dit dier nu toch hebben en gebruiken, ons openen voor de eigenheid van het dier? Het dier dat, binnen de kaders van zijn erfelijk materiaal, ook zijn eigenaardigheden heeft. Eigenaardigheden die soms misschien lastig voor ons zijn. Maarja, ze zijn er wel. En hé, wij hebben ze zelf ook. En denk je dat het dier dat soms niet lastig vindt? Denk maar aan onze eigen ongeduldigheid, prestatiedrang, depressiviteit, stress en noem maar op.

Facebook
linkedinmail