Stress kennen we in 2 vormen, acute en chronische stress. Acute stress is in de basis een reactie van het lichaam op een directe levensbedreigende situatie. Daarin wordt enerzijds op hele korte termijn de afweer gemobiliseerd om eventuele infecties als gevolg van verwondingen de baas te kunnen en wordt ons lichaam voorbereid op vluchten, vechten of bevriezen. Anderzijds wordt de cortisolspiegel in ons lichaam verhoogd om te voldoen aan een verhoogde glucose vraag van spieren en hersenen. Deze cortisolspiegel zorgt er weer voor dat de adrenaline in ons bloed zakt en het immuunsysteem weer wordt gekalmeerd.

Bij chronische stress, wanneer we in een modus van angst blijven hangen, ontspoort dit mechanisme van activatie en deactivatie van het immuunsysteem. Het immuunsysteem blijft actief en wordt minder gevoelig voor de remmende werking van het cortisol. Deze ontsporing van het immuunsysteem uit zich in hoge gehalten van bepaalde ontstekingsmediatoren die onder andere allergie initiëren maar ook zorgen voor ontstekingen in darmen. De boel raakt van de rails.

Hoe komt het dat we in deze angst blijven hangen?

Hiervoor zijn een aantal mogelijkheden. Ervaringen vroeg in het leven blijken in staat permanente verandering in stressreactiepatronen tot stand te brengen. Deze veranderingen uiten zich in de wijze waarop men een situatie als stressor ervaart, alsmede de hoogte en de duur van de stressreactie. Dit geldt voor ons als mens maar ook voor dieren. Het interessante hiervan is dat de veranderingen lokaal beperkt kunnen blijven in bepaalde cellen door de specificiteit van deze reactie. De resultaten tonen aan dat de reactiepatronen op stress vroeg in het leven veranderd kunnen worden door stimuli uit de omgeving, en niet onwrikbaar vastliggen door de genetische achtergrond.

Een andere mogelijkheid is dat de leefomgeving langdurig niet tegemoet kan komen aan innerlijke basale behoefte aan veiligheid, levensenergie, ontwikkeling van het ‘zelf’, verbinding en uiting. Om in dergelijke omgeving overeind te blijven, ontstaat een overlevingsmechanisme. En de onderliggende emotie van overleven is angst. En angst zet het stressmechanisme in gang.

Wat gebeurt er nu bij een heling?

Onze emoties en ervaringen worden opgeslagen in het Limbisch systeem van onze hersenen. De epifyse maakt onderdeel uit van dit systeem en is de antenne van het lichaam. We pikken er informatie mee op uit onze omgeving en het zorgt ervoor dat anderen ‘contact’ kunnen maken met wat er bij ons speelt.

Tijdens een heling ontstaat er communicatie op het niveau van deze informatie en de epifyse. Tijdens een heling wordt de informatie geplaatst binnen een grotere context en wordt het dier in staat gesteld bijvoorbeeld veiligheid en verbinding te ervaren. Deze ervaring wordt dan weer opgeslagen in het Limbisch systeem.

En waarom is dat belangrijk?

Als we weten dat langdurige negatieve ervaringen ten grondslag liggen aan het ontsporen van het stressreactiepatroon en daarmee allergische reacties en ontstekingen veroorzaken, is het van belang om te onderzoeken hoe deze negatieve ervaringen eruitzien en deze weg te nemen om te komen tot herstel van de stressreactie balans. Mensen kunnen in therapie gaan omdat ze beschikken over taal. Dieren kunnen dat niet. Dan is er geen andere mogelijkheid dan het over een andere boeg te gooien en onszelf ontvankelijk te maken op een ander niveau.

Facebook
linkedinmail